Lichamelijke klachten

Onze vestigingen

Heupklachten

Het heupgewricht is een kogelgewricht, dat wil zeggen dat het ene gewrichtsvlak de vorm heeft van een kogel (kop) en het andere vlak de vorm van een kom.


De kop en de kom passen precies in elkaar en kunnen naar alle kanten bewegen.  De botuiteinden zijn bekleed met een laagje kraakbeen om glijden van bewegingen te vergemakkelijken. Het kraakbeen is glad en sponzig en wordt gevoed door gewrichtsvocht, hetgeen geproduceerd wordt door het gewrichtskapsel, het vlies dat om het gewricht heen ligt. Dit kapsel is stevig weefsel, dat er ook voor zorgt, dat de botdelen goed op hun plaats blijven liggen. Daar omheen liggen pezen en spieren, die naast het verstevigen van het gewricht zorgen voor het mogelijk maken van bewegingen van de heup.
Het heupgewricht verbindt het bekken met het dijbeen. De kop van het heupgewricht wordt gevormd door het uiteinde van het dijbeen. De kom van het heupgewricht bevindt zich in het bekken. Het heupgewricht is diep in de lies gelegen.


Heupklachten
Problemen in het heupgewricht kunnen pijnklachten in de lies geven, uitstralend naar de binnenzijde van de knie. Dat kan verwarring geven in het stellen van de diagnose, omdat de patiënt vaak meer praat over knieklachten dan over pijn in het heupgewricht. Het heupgewricht is een kogelgewricht, met kop en een kom. Dit houdt al in dat het alle kanten op kan bewegen en door kapsel, banden en spieren in balans moet worden gehouden.   

Diverse oorzaken zijn aan te geven voor heupproblemen. Door de constructie van kop en kom is het raakvlak relatief klein en de druk enorm (bij gewoon lopen 2 à 3x het lichaamsgewicht). Als de bewegingspatronen dan vrij klein zijn kan dat voor overbelasting zorgen.. Overbelasting in werksituaties, eenzijdig bewegen of overgewicht zijn logische oorzaken. Iedereen denkt dat dit probleem alleen bij ouderen voorkomt, maar ook sporters die veel gewrichtsblessures hebben gehad, krijgen op jongere leeftijd al met deze verschijnselen te maken. Heupklachten zijn vaak het gevolg van een slijmbeursontsteking, gewrichtsslijtage (artrose), trauma of een aangeboren afwijking. Heup- en liesklachten komen ook vaak voor tijdens en na een zwangerschap.
De heup zit met banden en spieren vast aan het bekken en de lage rug. Hierdoor kunnen pijnklachten van de heup uitstralen in bekken en rug. Bij een behandeling worden heup, bekken en lage rug daarom veelal gezamenlijk behandeld.
Liesklachten samen met het ontstaan van uitwijkbewegingen (voet gedraaid naar buiten zetten, beperkte beweging van het been naar achteren en daardoor iets naar voren neigen tijdens lopen) geven een duidelijke aanwijzing voor heupbeperkingen, vaak gepaard gaand met artrose (gewrichtsslijtage).                                 
Nachtelijke pijn komt ook regelmatig voor in de heup. Dit kan duiden op een acute fase van artrose of een ontsteking in het gewricht of pezen/slijmbeurzen rondom het gewricht.

 

Veelvoorkomende oorzaken van heupklachten:

1. Artrose (gewrichtsslijtage)
Het kraakbeen van het heupgewricht kan worden aangetast door slijtage, dit noemen we artrose. Kenmerkend voor artrose is dat de hoogte van de kraakbeenlaag afneemt en het gewricht meer op elkaar komt te zitten
Artrose van het heupgewricht wordt coxartrose genoemd.
De oorzaak van artrose van de heup is meestal onbekend. De patiënt komt meestal rond middelbare leeftijd met klachten, maar de slijtage van het heupgewricht is dan vaak al 10 tot 20 jaar aan de gang. Vrouwen hebben vaker slijtage van de heup dan mannen.
Soms is een oorzaak voor de slijtage aan te geven.

Oorzaken kunnen zijn:
- overgewicht
- in slechte stand genezen fracturen die in de heupkop of heupkom doorlopen
- doorbloedingsstoornissen van de heupkop na een breuk door de nek van de heupkop
- onvoldoende overdekking van de heupkop door de heupkom (dysplasie)
- doorbloedingsstoornis van de heupkop bekend als de ziekte van Perthes. Hierdoor ontstaat er min of meer een misvormde kop, die vervroegde slijtage op de leeftijd van 50 è 60 jaar kan veroorzaken. Deze ontstaat op kinderleeftijd tussen 2 en 12 jaar.
- doorbloedingsstoornis kan ook optreden na langdurig gebruik van bepaalde medicijnen nl. bijnierschorshormonen (corticosteroïden)
- afglijden van de heupkop (epifysiolysis), hetgeen op zich ook weer een verhoogde kans op slijtage geeft. Dit ontstaat op puberleeftijd.
Dit gebeurt ook bij een zeldzame afwijking waarbij de heupkop te diep in de kom is gelegen (dit wordt protrusio acetabuli of de ziekte van Otto genoemd).

Klachten:
In het kraakbeen en in het bot zitten geen zenuwen dus moet de ervaren pijn vanuit het gewrichtskapsel komen. De pijn wordt veroorzaakt, doordat na inspanning kleine stukjes kraakbeen, welke losraken van het gewrichtsoppervlak, door het gewrichtskapsel worden ingevangen en een lokale irritatie, ook wel ontsteking genoemd, veroorzaakt. 


Dit is een ontsteking waar normaal gesproken geen bacteriën of virussen aan te pas komen en wordt ook wel een steriele ontsteking genoemd. Het duurt enige tijd voordat deze ontsteking optreedt, vandaar dat een groot aantal mensen pas ’s avonds, als ze tot rust komen, klachten krijgen.
Door deze ontstekingen treedt er verlies van de elasticiteit van het gewrichtskapsel op. Hierdoor kunnen patiënten ochtendstijfheid en startpijn krijgen. Dit wordt verklaard, doordat het minder elastische gewrichtskapsel opgerekt wordt bij bewegen. 
Is gewrichtskapsel door in beweging te zijn eenmaal opgerekt dan verdwijnen de pijn en de ochtendstijfheid na enkele seconden tot maximaal vijftien minuten. Doordat het gewrichtskapsel minder elastisch is, treedt er een beperking van de beweeglijkheid van het heupgewricht op. De beweging die het eerst beperkt is, is het naar binnen draaien van het heupgewricht.
Eén van de belangrijkste klachten is pijn, die opkomt bij het gebruik van het gewricht en die vermindert bij rust. De pijn is zeurend van karakter en wordt in de regel in de lies aangegeven en kan naar het bovenbeen, soms tot in de knie uitstralen. Sommige patiënten hebben pijn aan de buitenzijde van het dijbeen of alleen aan de voorzijde van de knie. In dit laatste geval zijn ze er vaak van overtuigd dat het probleem niet in de heup, maar in de knie ligt. De pijn neemt na verloop van maanden of jaren langzamerhand toe. Door de bewegingsbeperking van de heup ontstaan er problemen bij het knippen van nagels, het aantrekken van sokken en het strikken van veters.

Door te kijken naar het looppatroon en het testen van bepaalde heupbewegingen kan artrose worden vastgesteld, eventueel in combinatie met röntgenfoto’s.

Klachten verminderen:
- advies met betrekking tot mate en wijze van belasten van de heup in sport, hobby, werk, thuis.
- Medicatie: pijnstilling/ontstekingremmers (oraal of injecties).
- Gebruik maken van een wandelstok of rollator.
- Fysiotherapie ter verbetering van beweeglijkheid, vermindering van pijn of versterking van spieren.
- Operatief ingrijpen door middel van het plaatsen van een kunstgewricht, de heupprothese.
Na het plaatsen van een heupprothese bent u in de regel weer snel op de been. De operatie zal gevolgd worden door een intensief begeleid revalidatietraject van fysiotherapie gedurende ongeveer 3-4 maanden.

 

2. Bursitis trochanterica
Een ontsteking van de slijmbeurs heet bursitis. Deze slijmbeurs is gelegen boven de draaier van het dijbeen, dat wil zeggen het harde benige deel, dat voelbaar is aan  de buitenzijde van  het bovenbeen vlakbij het heupgewricht.
De oorzaak van een ontsteking is lang niet altijd duidelijk. Door chronische beknelling of stoten kan de slijmbeurs ontstoken raken. Oorzaken voor chronische beknelling zijn onder andere:
-  vaak op de zij op een harde ondergrond liggen
- Overgewicht
- aanzienlijk verschil in beenlengte
- hyperlaxiteitssyndroom (overbeweeglijkheidssyndroom

De klachten, die mensen beschrijven zijn pijn in de heupregio met soms uitstraling naar de bil, het bovenbeen en de knie. Soms voelt de pijnlijke plek warm aan. Op de pijnlijke zijde liggen is nauwelijks mogelijk.
Activiteiten als fietsen, (trap)lopen, bukken of opstaan uit een stoel zijn pijnlijk.
Soms voelen mensen een 'knappend' geluid bij het buigen van het been.

Op grond van de klachten wordt de diagnose al vaak vermoed. Voor een juiste diagnose zijn alleen lichamelijk onderzoek en eventueel röntgenfoto's voldoende.


Klachten verminderen:

- Als de oorzaak stopt, zullen de klachten meestal vanzelf verdwijnen.
- In het begin zijn alleen pijnstillers vaak voldoende.
- Fysiotherapie kan helpen wanneer de oorzaak van de ontsteking gelegen is in het beperkt bewegen van aangrenzende gewrichten als het bekkengewricht of het heupgewricht.
- Bij blijvende klachten kunnen één of meerdere cortisoninjecties goed helpen.
- Bij een verschil in beenlengte zal soms een eenzijdige hakverhoging worden voorgeschreven.

 

3. Een gebroken heup
Een gebroken heup is een veel voorkomend. Het betreft vooral vaak oudere en bejaarde mannen en vrouwen, die vallen in hun eigen huis of betrokken raken bij (verkeers)ongeval.
Slechts 1 op de 4 van die patiënten geneest volledig. Vaak niet alleen door de soort breuk, maar ook door bijkomende gezondheidsproblemen, welke natuurlijk bij deze oudere patiënten vaak meespelen en niet te vergeten de vaak aanwezige botontkalking (osteoporose).

Na de val heeft een patiënt natuurlijk veel pijn. Opvallend is vaak, dat het been naar buiten ligt gedraaid en korter lijkt. Erop staan is meestal niet meer mogelijk. 
Met behulp van röntgenfoto’s van beide heupen kan men bepalen, waar precies het bot gebroken is en hoever de verschillende stukken uit elkaar staan. Indien er sterke verdenking is op een breuk, zonder dat de röntgenfoto dit duidelijk laat zien, kan een scan worden overwogen.

De meeste heupfracturen bestaan uit een drietal types:
- Dijbeenhalsbreuk (collumfractuur): deze breuk ligt in het gebied van de hals zo'n 2,5 tot 5 cm van de heupkop af. Deze breuken liggen binnen het heupkapsel, waardoor de bloedvoorziening naar de afgebroken kop in gevaar kan komen met afsterven (heupkopnecrose) als gevolg.
- Complexe breuk van het bovenste deel van het dijbeen (pertrochantere fractuur): deze breuk bestaat vaak uit meerdere fragmenten en is daardoor minder stabiel en stevig.
- Breuken direct onder de verdikkingen (subtrochantere fracturen): deze breuken zijn wat zeldzamer en komen vaker voor bij ziektes, die de sterkte van het bot hebben aangetast.

Behandeling:

De moderne behandeling van een heupfractuur is erop gericht mensen zo snel mogelijk weer op de been te krijgen, terwijl het gebroken bot nog geneest. Wij noemen dit oefen- en belast- stabiele osteosyntheses (osteo = bot, synthese = verbinden).
Een gebroken heup is een medische urgentie. De patiënt maakt de beste kans op overleven en genezen, indien hij zo snel mogelijk weer uit het bed kan. Daarom zal men, hoe matig de conditie ook is, bijna altijd kiezen voor een operatie om de botten aan elkaar te zetten met schroeven en/of pinnen of een prothese plaatsen.

 

4. Diverse heupklachten in combinatie met kijkoperatie
Tot slot nog een groep heupklachten, waarbij de klachten als volgt beschreven worden: pijn in de lies, clicks bij bewegen (knappende sensaties rond de heup), slotklachten (het regelmatig, kortdurend niet meer kunnen bewegen van de heup) en verminderde beweging van de heup.
Deze klachten kunnen soms door tijdelijke rust, fysiotherapie en/of medicatie worden verlicht, maar komen toch steeds weer opzetten.
In overleg met de arts wordt een patiënt dan vaak doorverwezen naar een orthopeed, die bij deze klachtenbeelden aanvullend onderzoek zal doen (MRI, röntgenfoto’s, verdoving gewricht) en meestal over zal gaan tot een kijkoperatie (arthroscopie).

De meest voorkomende redenen om een heuparthroscopie te doen zijn:
- Arthritis (bacteriële ontsteking) van het heupgewricht
- Gewrichtmuis (corpus liberum) -> een zwevend botstukje in het gewricht, dat vast kan komen te zitten bij bewegen
- Kraakbeenflappen, die tijdens bewegen klem komen te zitten in het gewricht
- Letsels van de kraakbenige rand van het heupgewricht (het labrum)
- Ook blijvende klachten van het heupgewricht na een ongeval kan een reden zijn om een kijkoperatie uit te voeren.

 

Fysiotherapie Gestel vestiging Jan van Boendalelaan 1
Jan van Boendalelaan
Jan van Boendalelaan 1
5615 KD Eindhoven
Telefoon: 040-2520942
Fax: 040-2920560
Fysiotherapie Gestel vestiging Jan Smitzlaan 7
Jan Smitzlaan
Jan Smitzlaan 7
5611 LD Eindhoven
Telefoon: 040-2114033
Telefoon: 040-2520942
Fysiotherapie Gestel vestiging Handencentrum.eu (1)
Handencentrum.eu (1)
Dr. Cuyperslaan 53
5622 MA Eindhoven
Telefoon: 040-2366446
Fax: 040-2136380
Fysiotherapie Gestel vestiging Handencentrum.eu (2)
Handencentrum.eu (2)
Velmolenweg 169
5404 LC Uden
Telefoon: 0413-271200
Telefoon: 040-2366446
Fysiotherapie Gestel vestiging Lichtstraat 376
Lichtstraat
Lichtstraat 376
5611 XH Eindhoven
Telefoon: 040-2375496
Telefoon: 040-2520942